Naar inhoud

SPECIALE AANBIEDING — Kies 2 posters: 15% korting · Bij 3 of meer: 20% korting

Winkelwagen

Je winkelwagen is leeg

Artikel: Zonnebloemen, sterren en een geel huis: Van Goghs jaren in Frankrijk

Zonnebloemen, sterren en een geel huis: Van Goghs jaren in Frankrijk

Detail van een Parijse atelierfoto van Edmond Bénard, omstreeks 1887–1888, met een jonge man met baard die volgens sommigen Vincent van Gogh is

Detail van een Parijse atelierfoto van Edmond Bénard (omstreeks 1887–1888). Sommigen denken dat de student met baard Vincent van Gogh is. Bewezen is dat nooit.

Bij sommige schilders neemt u vanzelf wat afstand om hun werk te bewonderen. Vincent van Gogh trekt u net dichterbij. Staat u voor een van zijn korenvelden, dan hoort u de wind er haast doorheen ruisen. De verf ligt in dikke lagen op het doek, de penseelstreken bewegen alle richtingen uit en de lucht lijkt het onmogelijke te doen. Meer dan een eeuw later voelt zijn werk nog altijd dringend.

Zijn levensverhaal is vooral bekend om de verkeerde redenen. Het oor, de waanzin, de schilder die nauwelijks iets verkocht. Dat is min of meer allemaal waar. Maar het verbergt wat ons het meest raakt: een laatbloeier uit een Nederlands dorp die op zijn 33ste naar Frankrijk kwam, kleur nog amper beheerste en zich in nauwelijks vier jaar leerde schilderen op een manier die niemand vóór hem had gedaan. Frankrijk gaf Van Gogh vorm. Daarom staan we vooral bij die jaren stil.

Een late start in Nederland

Vincent Willem van Gogh werd op 30 maart 1853 geboren in Zundert, een klein dorp in het zuiden van Nederland. Zijn vader was predikant, zijn ooms waren kunsthandelaars. Via hen kreeg Vincent op zijn zestiende zijn eerste baan bij Goupil & Cie. Hij werkte voor de vestigingen in Den Haag, Londen en Parijs. Hij zag talloze schilderijen en verkocht er enkele. Daarna werd hij ontslagen.

Er volgden meerdere vergeefse pogingen om zijn plaats te vinden. In Engeland gaf hij les. Hij begon aan een opleiding tot predikant, maar stopte ermee. In de Borinage in België trok hij naar de mijnwerkers om te prediken. Hij gaf zo veel van zijn eigen eten en kleren weg dat de kerkelijke leiding zich voor hem schaamde. Pas toen hij 27 was, koos hij voor het kunstenaarschap. Een echte opleiding had hij niet en volgens de meeste beschrijvingen blonk hij ook niet meteen uit. Wat hij wel had: volharding en een jongere broer, Theo, die in hem geloofde.

De schilderijen uit zijn Nederlandse jaren zijn donker. Bruin, troebel groen, boeren in schemerige kamers. Het bekendste werk is De aardappeleters (1885), waarin een groep boeren samen onder één lamp eet. Het tafereel is zwaar en ernstig, maar zijn bewondering voor die mensen is voelbaar. Moeilijk te geloven dat dezelfde schilder drie jaar later de Zonnebloemen zou maken. Het Van Gogh Museum in Amsterdam bezit beide werken. Van het ene naar het andere wandelen is een van de mooiste lessen kunstgeschiedenis die we kennen.

Een veertigtal kunststudenten poseert tussen schildersezels in een Parijs atelier, omstreeks 1887–1888 gefotografeerd door Edmond Bénard

Studenten in een Parijs schildersatelier, omstreeks 1887–1888 gefotografeerd door Edmond Bénard. De foto wordt vaak gelinkt aan de Académie Julian en de latere Nabis.

Parijs, 1886: kleur leren zien

In maart 1886 stond Vincent vrijwel zonder aankondiging bij Theo in Parijs voor de deur. Zijn broer was intussen zelf kunsthandelaar. Ze gingen samenwonen in een appartement aan de Rue Lepic, hoog op de heuvel van Montmartre. Vanuit de ramen keek Vincent uit over de daken van de stad.

Parijs maakte hem wakker, op de best mogelijke manier. De impressionisten hadden de manier waarop schilders naar licht keken al veranderd. Een jongere generatie ging een stap verder. Georges Seurat en Paul Signac stelden hun schilderijen samen uit kleine stippen pure kleur. Vincent volgde les in het atelier van Fernand Cormon, waar hij Henri de Toulouse-Lautrec en Émile Bernard leerde kennen. Bij Julien Tanguy, een vriendelijke oudere verfhandelaar die iedereen ‘Père Tanguy’ noemde, kocht hij verf op krediet. Hij schilderde hem twee keer.

Parijs had heel wat privéacademies zoals die van Cormon. Voor een bescheiden bedrag konden jonge schilders er naar levend model tekenen en kregen ze elke week commentaar op hun werk. De drukst bezochte was de Académie Julian, vlak bij de Grands Boulevards. De foto hierboven, omstreeks 1887–1888 genomen door Edmond Bénard, laat zo’n vol atelier zien: enkele tientallen studenten in keurige jasjes, met schildersezels en opgestapelde doeken achter hen. Ze wordt vaak gelinkt aan de Académie Julian en aan de jonge schilders die zich kort daarna de Nabis zouden noemen.

Volgens sommigen is de jonge man met baard bovenaan dit artikel Vincent. Het is een aantrekkelijke gedachte, maar we zijn liever eerlijk tegen u. Er zijn geen aanwijzingen dat hij aan de Académie Julian studeerde, en niemand heeft kunnen bevestigen dat hij het is. Historici erkennen slechts enkele foto’s van Van Gogh, allemaal uit zijn tienerjaren. Of hij nu op deze foto staat of niet, ze toont de wereld waarin hij die twee jaar doorbracht: ateliers die kunstenaars deelden, betaalbare modellen en gesprekken die maar bleven doorgaan over de toekomst van de schilderkunst.

De Nabis richtten hun groep op kort nadat Vincent Parijs had verlaten. In oktober 1888 schilderde Paul Sérusier, een student van de Académie Julian, een dag lang samen met Paul Gauguin in Pont-Aven, in Bretagne. ‘Hoe ziet u die bomen? Ze zijn geel. Gebruik dan geel,’ zei Gauguin volgens een later verslag van Maurice Denis. ‘En die schaduw, nogal blauw? Schilder die met zuiver ultramarijn.’ Sérusier keerde terug met een klein landschap in brede vlakken van krachtige kleur. Het zou later De talisman heten. Zijn vrienden Maurice Denis, Pierre Bonnard en Paul Ranson zagen er een openbaring in. Voor hun groepsnaam kozen ze een woord dat was afgeleid van het Hebreeuws voor ‘profeten’. Enkele weken later nam Gauguin de trein naar Arles, naar Vincent. Dezelfde leermeester, dezelfde les: kleur hoeft de natuur niet te kopiëren. Ze kan ook een gevoel uitdrukken.

Vincent raakte bovendien gefascineerd door Japanse houtsneden. Bij een handelaar in de stad kocht hij er honderden voor weinig geld. Hij hield van de egale kleurvlakken, de uitgesproken contouren en de manier waarop beelden werden afgesneden, zoals op een foto. Enkele houtsneden schilderde hij na in olieverf. Hun invloed is merkbaar in haast alles wat hij nadien maakte.

In zijn twee Parijse jaren maakte hij meer dan 200 schilderijen, waaronder een 25-tal zelfportretten (modellen kostten geld, een spiegel niet). Wie zijn kleurgebruik van doek tot doek volgt, ziet het bruin geleidelijk verdwijnen. Blauw en oranje nemen het over. Zijn penseelstreken worden eerst korter, daarna zelfverzekerder. U ziet hem leren terwijl hij schildert.

Toch raakte hij ook uitgeput in Parijs. Hij dronk te veel, rookte voortdurend en kreeg met iedereen ruzie, zelfs met Theo. ‘Het lijkt me bijna onmogelijk om in Parijs te werken,’ schreef hij, ‘tenzij men een toevluchtsoord heeft om op krachten te komen.’ Tegen de winter van 1887 snakte hij naar zon. Hij zocht, zoals hij het zelf noemde, ‘een Japan van het Zuiden’.

Het gele huis (De straat), 1888, van Vincent van Gogh: een geel huis op een straathoek onder een diepblauwe lucht in Arles

Het gele huis (De straat), 1888. Van Gogh Museum, Amsterdam.

Arles: het gele huis

Die plek vond hij in Arles, een stadje in de Provence waar hij op 20 februari 1888 aankwam. Er lag sneeuw, wat als een wrange grap moet hebben aangevoeld. Maar de lente kwam, de boomgaarden bloeiden en hij begon bijna zonder ophouden te schilderen.

De vijftien maanden daarna behoren wellicht tot de productiefste periodes uit het leven van een schilder. Boomgaarden in bloei. De ophaalbrug over het kanaal. Vissersboten op het strand van Saintes-Maries-de-la-Mer. De oogst op de velden rond Arles. Caféterras bij nacht, zijn eerste schilderij met een sterrenhemel, ter plaatse gemaakt bij het licht van een gaslamp. Hij wilde de nacht zonder zwart schilderen. Het lukte.

Aan de Place Lamartine huurde hij vier kamers in een huis dat hij geel schilderde. Het gele huis moest meer zijn dan een atelier. Vincent droomde van een ‘Atelier van het Zuiden’: een gemeenschap waarin kunstenaars samen zouden wonen en werken. Voor de logeerkamer schilderde hij zonnebloemen. En vervolgens nog meer. Hij wist dat die schilderijen goed waren. ‘De zonnebloem is in zekere zin van mij,’ schreef hij later aan Theo.

Zijn eigen slaapkamer schilderde hij eveneens, drie keer zelfs. Het kleine houten bed, de twee stoelen, de handdoek aan de haak. Het werk moest rust, slaap en eenvoud uitstralen. Een van de versies hangt vandaag in het Musée d’Orsay, naast Sterrennacht boven de Rhône. Op dat andere nachtelijke tafereel uit dezelfde zomer in Arles weerspiegelen de stadslichten zich in de rivier, terwijl op de voorgrond een koppel wandelt. Komt u ooit in Parijs, dan is de Van Gogh-zaal van het Orsay het wachten waard. Beloofd.

Gauguin en een bijzonder sombere kerst

Maar één kunstenaar ging in op Vincents uitnodiging om naar het zuiden te komen. Paul Gauguin arriveerde in oktober 1888 in Arles, vooral omdat Theo voor zijn kosten instond. Enkele weken liep het goed. De twee schilderden dezelfde onderwerpen, bezochten samen het museum in Montpellier en praatten tot laat in de nacht over kunst.

Daarna liepen de meningsverschillen steeds hoger op. Gauguin was trots en scherp van tong. Vincent was intens en vroeg veel aandacht. Op 23 december sneed Vincent na een zware ruzie met een scheermes een deel van zijn linkeroor af. Gauguin vertrok naar Parijs en keerde nooit terug. De droom van het Atelier van het Zuiden viel uiteen.

Wat Vincent precies had, blijft onderwerp van discussie. Artsen en historici opperden epilepsie, een bipolaire stoornis, de gevolgen van absint of een combinatie van die factoren. Zeker is dat de aanvallen kwamen en weer voorbijgingen. Tussenin was hij helder, kon hij zijn gedachten goed verwoorden en schilderde hij met evenveel gedrevenheid als voordien.

Olijfgaard, 1889, van Vincent van Gogh: kronkelige olijfbomen met zilverachtige bladeren bij Saint-Rémy-de-Provence

Olijfgaard, Saint-Rémy, 1889.

Saint-Rémy: schilderen achter tralies

In mei 1889 liet Vincent zich vrijwillig opnemen in de inrichting Saint-Paul-de-Mausole in Saint-Rémy-de-Provence, op ongeveer 24 kilometer van Arles. Hij kreeg twee kleine kamers: een om te slapen en een om te schilderen. Aanvankelijk mocht hij niet buiten. Dus schilderde hij de tuin van de inrichting, met irissen, seringen, klimop en oude stenen banken.

Later mocht hij het omliggende platteland verkennen. Daar ontdekte hij de cipressen, die hij ‘zo mooi als een Egyptische obelisk’ vond, en de olijfgaarden. Die schilderde hij telkens opnieuw, op zoek naar het zilver in hun bladeren. Vanuit zijn slaapkamer keek hij uit op een korenveld, met daarachter de heuvels van de Alpilles. Op basis van dat uitzicht, zijn herinneringen en zijn verbeelding maakte hij De sterrennacht (juni 1889). De lucht kolkt. Een cipres stijgt op als een vlam. Het dorp slaapt. Het is wellicht het schilderij waarvan wereldwijd de meeste reproducties bestaan. Het ontstond in een inrichting, geschilderd door een man die het zelf niet helemaal geslaagd vond.

Zijn jaar in Saint-Rémy was zwaar. Door terugkerende aanvallen kon hij soms weken niet werken. Toch ontstond er ook Amandelbloesem (1890). Vincent schilderde het in februari voor de geboorte van Theo’s zoon, die naar zijn oom werd genoemd. Witte bloesems tegen een hemelsblauwe achtergrond, duidelijk geïnspireerd door Japanse prenten. Het behoort tot zijn tederste werken en laat zien dat zijn verhaal niet alleen uit duisternis bestaat.

De kerk van Auvers-sur-Oise, gezien vanaf de achterzijde, 1890, van Vincent van Gogh: een gotische kerk onder een kobaltblauwe hemel

De kerk van Auvers-sur-Oise, gezien vanaf de achterzijde, 1890. Musée d’Orsay, Parijs.

Auvers-sur-Oise: zeventig dagen

In mei 1890 liet Vincent de Provence achter zich en reisde noordwaarts naar Auvers-sur-Oise, een dorp op ongeveer een uur van Parijs. Hij huurde een heel kleine zolderkamer boven de Auberge Ravoux. Dr. Paul Gachet, een kunstliefhebber en arts die ook andere schilders had behandeld, hield vanop afstand een oogje in het zeil. Vincent schilderde hem als een melancholieke man, met zijn hoofd steunend op zijn hand.

Wat volgde, is haast ongelooflijk. In ongeveer zeventig dagen maakte hij zowat 70 schilderijen. Bijna één per dag. De dorpskerk, met kronkelende lijnen onder een diepblauwe hemel (ook dat werk hangt nu in het Orsay). Huisjes met rieten daken. Tuinen. Brede, liggende doeken van korenvelden onder dreigende luchten. Volgens Vincent drukten die ‘verdriet en extreme eenzaamheid’ uit, maar ook de gezonde, versterkende kracht die hij op het platteland voelde.

Op 27 juli 1890 werd hij in de velden bij het dorp door een schot verwond. Hij slaagde erin terug te keren naar de herberg, waar hij twee dagen later stierf met Theo aan zijn zijde. Hij was 37. Volgens de algemeen aanvaarde lezing maakte hij een einde aan zijn leven. Enkele onderzoekers betwijfelen dat, maar een andere toedracht is nooit bewezen. Vincent werd begraven op de kleine begraafplaats van Auvers, tussen de korenvelden. Theo overleed amper zes maanden later. Nu ligt hij vlak naast zijn broer, onder dezelfde klimop.

Hoe de wereld hem toch leerde kennen

U hebt wellicht al gehoord dat Van Gogh tijdens zijn leven maar één schilderij verkocht. Zo eenvoudig ligt het niet (hij verkocht of ruilde wel degelijk enkele werken), maar de kern van het verhaal klopt. Bij zijn dood kende bijna niemand hem.

Johanna van Gogh-Bonger, Theo’s weduwe, bracht daar verandering in. Ze erfde honderden schilderijen en tekeningen, plus bijna duizend brieven. Ze leende werken uit voor tentoonstellingen, verkocht ze zorgvuldig en publiceerde in 1914 de brieven tussen de broers. Mede dankzij die brieven voelt Van Gogh nog altijd zo nabij. Hij schreef over kleur, boeken, geld, eenzaamheid en hoop, met een openheid die ook vandaag verrast. Wie zijn hele levensverhaal wil verkennen, kan beginnen bij zijn pagina op Wikipedia. Voor de brieven zelf mag u gerust een avond uittrekken.

Vandaag hangen zijn schilderijen in musea overal ter wereld. In de Verenigde Staten bezit de National Gallery of Art in Washington meerdere werken van hem, waaronder een laat zelfportret uit Saint-Rémy en een rijk stilleven met rozen uit zijn laatste weken in de Provence. Een schilderij met eigen ogen zien, blijft anders dan eender welke reproductie. De verf komt bijna als glazuur van het doek los.

Waarom zijn werk ons blijft aanspreken

Er is een reden waarom Van Goghs werk zo goed past aan een muur thuis. Hij schilderde gewone dingen: een stoel, een slaapkamer, een bos bloemen, een veld net buiten het dorp. Paleizen of mythen had hij niet nodig. In wat zich vlak voor hem bevond, zag hij iets haast heiligs. Daar leeft u graag mee.

Ook in hedendaagse Belgische woningen komen zijn kleuren mooi uit. Het geel van Arles maakt een witte muur warmer. Het blauw van De sterrennacht of Amandelbloesem laat zich vlot combineren met hout, linnen en planten. Zijn levendige penseelstreken geven een rustige kamer beweging, zonder alle aandacht op te eisen.

Voor onze eigen collectie Van Gogh-posters kiezen we vooral werk uit zijn Franse jaren: Parijs, Arles, Saint-Rémy en Auvers. Eén grote poster boven een bed of zetel heeft weinig extra nodig. Verkiest u een wand met verschillende werken, hang dan een nachtscène naast zonnebloemen of een boomgaard. Dag en nacht, noord en zuid. Hij zou er vermoedelijk mee instemmen.

Zelfportret als schilder, 1888, van Vincent van Gogh: de kunstenaar staat met palet en penselen voor zijn schildersezel

Zelfportret als schilder, 1888, zijn laatste zelfportret uit Parijs voor zijn vertrek naar Arles. Van Gogh Museum, Amsterdam.

Tot slot

Van Gogh woonde maar vier jaar in Frankrijk, waarvan de laatste tweeënhalf in het zuiden. In die korte tijd veranderde hij van een schilder die met kleur worstelde in een van de grote meesters van kleur. Ondanks armoede, ziekte en eenzaamheid bleef hij schilderen en naar buiten kijken: naar de lucht, de bomen en de mensen rondom hem.

Zo bekijken we zijn werk het liefst: niet als een verslag van een tragedie, maar als een lange dankbrief aan de wereld. Bekijk op uw gemak onze Van Gogh-posters, kies het werk dat u doet stilstaan en haal wat Provençaals licht in huis.

Laat een reactie achter

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.

Alle reacties worden gemodereerd voordat ze worden gepubliceerd.

Lees meer

How to Choose Wall Art for Your Living Room: A Guide

Hoe decoreer je een muur in de woonkamer: een gids

Je denkt dat een muur aankleden in de living kinderspel is, tot je daar staat, van de zetel naar de muur kijkt, en ineens blijken al die kleine beslissingen toch best serieus.Eén ingelijste poster ...

Meer informatie: Hoe decoreer je een muur in de woonkamer: een gids

Recently viewed products